donderdag 30 juli 2015

NEANDERTHALER



Ze bestaan nog echt, Neanderthalers!
Onlangs kwam ik er nog eentje tegen achter de balie van een kringloopwinkel.
En iedereen maar beweren dat ze uitgestorven zijn, maar nee hoor! Ik heb er nog eentje ontdekt. En wat voor één!!
Ik zag het meteen aan zijn hoge voorhoofd en achterlijke houding.
Dat dit soort af zou moeten stammen van de apen is een grove belediging voor de apen en moeder natuur! Deze laatstgenoemde soort heeft tenminste een communicatief vermogen en dat zat er bij deze Neanderthaler niet echt in. Erger nog: dit wezen was zelfs niet in staat oogcontact te leggen. Alsof hij zo uit het oerwoud zijn hol uitgesleept was!
Had ik het Wereld Natuur Fonds maar ingeschakeld…..

Koop je als klant enkele pallets met de bedoeling er enthousiast en creatief een schutting van te bouwen, wordt er afgesproken dat het bezorgd kan worden en dat je z.s.m. gebeld wordt over de leverdatum, kun je wachten tot je wat pondjes lichter bent.
Dus neem je zelf het initiatief er achteraan te bellen.
Vriendelijk drapeer je je verhaal naar de andere kant van de lijn, doch al snel blijkt geen hond (laat staan een Neanderthaler) iets van een bezorging af te weten.
Als mens kun je daar begrip voor opbrengen en vooral in vakantietijd, dus doe je een voorstel om die dag langs te komen en samen uit te zoeken hoe het met de bezorging zit.

Naar de balie dus.
Een groot en breedborsterig wezen staat wijdbeens achter de toonbank. Het troont overal bovenuit, als ben ik een indringer op zijn territorium en wenst het mij spoedig weer vaarwel.
‘Dag meneer (ja, hoe spreek je zo iemand anders aan), ik heb net gebeld en u de situatie uitgelegd en ik kom nu met u bespreken wat er aan de hand is met de bezorging.’
Het kolos maakt zich nog breder en er valt een dreigende stilte. Dan plots verheft het zijn stem.

‘Bezorging? Waarvan? Wij bezorgen pas over een maand, tenzij het om een grote en dringende aankoop gaat.’
‘Nou, het zit zo. Ik heb dagen geleden pallets gekocht bij uw filiaal hier tegenover en die zouden bezorgd worden. Ik ben dus benieuwd wanneer dat staat te gebeuren, want ik zou er graag mee aan de slag willen, ziet u.’
‘En wat moest u betalen?’ Ik noem het bedrag.
‘Voor zo’n onbenullig lage prijs gaan we voorlopig niet bezorgen. We hebben wel meer te doen. Trouwens, gekochte spullen bij dat filiaal worden überhaupt niet bezorgd, want het is cash-and-carry.’

Cash-and-carry, overpeins ik, dat ken ik ergens van. Zo heette ooit een zaak hier in de stad, maar die bestaat allang niet meer. Daar kon je iets als onderpand ‘belenen’ en er geld voor krijgen. Ik snap het even niet.
‘Meneer, ik heb bij de aankoop geen informatie gekregen over het niet-bezorgen. Zowel uw collega als ik gingen er vanuit dat er bezorgd kon worden. Dus is dat afgesproken.’
‘Dan komt u over een week maar weer terug, want dat filiaal is maar eens per week open.’
‘Dat zal niet gaan. Ik zit dringend te wachten op mijn spullen. Het niet verstrekken van de juiste informatie is een fout van jullie kant, als klant kan ik dat niet zomaar weten.’
‘Mevrouwtje, ik zei u al eerder: we rijden niet voor zoiets onbenulligs.’

‘Dan wil ik graag ter plekke mijn geld terug’, zeg ik gedecideerd.
Doch de afstammeling der mensaap (mijn excuses voor de belediging dezer diersoort) buigt zich langzaam over de balie heen, snuift een keer luidruchtig, en grauwt mij toe dat elk filiaal een eigen stichting is en een eigen kassa heeft, en ik naar mijn geld kan fluiten. De kassa die hij bedient valt niet onder de financiële verantwoordelijkheid van een ander filiaal.

Ik moet het even tot me laten doordringen. Zoiets achterlijks heb ik nog nooit meegemaakt.
Normaliter bestonden er 2 filialen die onder dezelfde naam vielen. Of ik nu bij de een of bij het andere filiaal iets kocht, de bezorging verliep altijd via filiaal 1, het hoofdgebouw.
En nu opeens blijken het 3 verschillende stichtingen…..zonder dat de klant daar iets van weet.

‘Het boeit me niet hoe de oerwoudstructuur binnen uw kringlooporganisatie geregeld is’, antwoord ik narrig, ‘maar ik ga niet eerder weg dan dat ik mijn geld terug heb.’
Op dat moment verlaat ik de balie en neem een sight-seeing door het hele pand. Halverwege mijn pad zie ik enkele mensen aan het werk, waaronder dé verkoper van het andere filiaal.
Ik roep hem even apart en leg de situatie uit. Hij schrikt zich rot en voelt zich lullig.
Hij zegt dat het hele stichtingsverhaal onzin is, en na overleg met wat collega’s besluit hij uit eigen zak het door mij betaalde bedrag terug te betalen. Hij zal dat tzt wel weer terugvorderen van zijn baas.

Dankbaar neem ik het geld in ontvangst en begeef mij weer naar de entree om weg te gaan.
Voorbij de balie houd ik halt, loop even terug tot ik weer tegenover de Neanderthaler sta en bedank hem voor de klantenservice.
‘By the way’, vraag ik quasi onnozel, ‘eet u wel eens bananen??’
Het wezen kijkt mij hooghartig aan maar antwoordt niet. Ik draai me half om en roep: ‘dat dacht ik al. Niet meer doen.’

De Neanderthaler kijkt mij onnozel na. Tja, weet dat soort veel…….

© JELOU

Geen opmerkingen:

Een reactie posten