Posts tonen met het label Jeugd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jeugd. Alle posts tonen

maandag 3 september 2018

TOEN LIEFDE ONGEWOON BLEEK


In mijn kindertijd
had je nog geen pedofielen
toen leek alles heel gewoon

je had alleen maar
een lieve oude buurman
die je van alles gaf

die je eenzaam lokte
naar een kleurentelevee
en kasten vol met snoep

een zolder om heel stiekem
met elkaar te stoeien
al hijgde hij voortdurend

maar ja, hij was ook oud
dus dat was geen wonder
vonden mijn zus en ik

al noemde heel het dorp
hem vieze kinderlokker
en twijfelden mijn ouders

tot hij kadootjes bracht
’s avonds aan onze deur
vol mooie lippenstiften

maar wij hielden ons stil
wilden hem niet verraden
omdat hij enkel lief
en wij dat thuis ontbeerden.

© JELOU

dinsdag 21 augustus 2018

OP HET DORPSPLEIN

Pruimend in een houten kot
de kunst beoefenen
vuig genot te spuwen
uit speekselbruine mondhoeken

gekromd geklompt bijeen
de uitgestorven kapiteinen
hun oudgediende mosselvellen
verpakt met Zeeuwse knopen

zij lachen lang geleden tanden
naar jong zeemeerminnenvolk
murmelen visserslatijn
langs roestige kotterhuigen

en wijl de dorpskapel gevuld
koperhoornen exodus blazen
weet het houten kot zich
een havenwaartse heimwee

verlaten kapiteinspetten
eerbiedig zeeschuimkoppen
de dorpsstoet waardig groetend
als die zich richting dijk

hun uitgediende schelpenlijven
pruimend in een houten kot
waar zeewier hen verankerd
mosselfeesten enkel nog de jeugd.

© JELOU


woensdag 1 augustus 2018

VAKANTIESENTIMENT


Vanaf dat ik mij tentdoek heug
heb ik een hang naar bos
met dennengeur en mos
net als ge-roe-koe-koe
en zware onweersbuien

maar sinds de kunststof puien
mijn huis lekkage-vrij
de duiven zij aan zij
mijn achtertuin rondzwalken

oorwurmen mij niet stalken
zoals een tent betaamt
waar spinnen ongeraamd
zich nestelen in nokken

weer ik de tentdoekstokken
waar kruip-door-sluip-door raak
en middernacht zo vaak
het luchtbed leeggelopen

geniet ik weggekropen
fijn in mijn eigen bed
vakantietijd en –pret
hopend op onweersbuien
en harsgeur uit de tuin.

© JELOU

woensdag 21 maart 2018

KONDEN WE MAAR EVEN


Heel even weer
op de kop hangen
stalen buizen ons houvast
opdat verdwijnen in het blauwe
enkel onze ogen

olifanten tellen
in makke schapenwolken
slurven langzaam vervagen
als gumt de wind ze weg
als kent hij onze hunkering
naar nieuwe taferelen

en kijk eens
vlak boven onze schoorsteen
daar zweeft de bovenmeester
zo’n brede lach had hij nog nooit
dat moet hij morgen weten

heel even
weer overeind
met bloedkorale konen
opdat we later in het blauwe
heksen kunnen vinden.

© JELOU