het zal wel komen door de
stroom der tijd dat ik mij kwijt mijn aangezicht geschonden onder noemer van
gedicht mijn ledematen elders hangen dan waar mijn hoofd gekweld de woorden wilde
vangen het stenen metselwerk een eindeloze muur een letterketen waar structuur haast
ademnood in langgerekte strepen ik zoek de passie van de dans het zingen en
verspringen in het wit liefde wil ik duiden in ontluikend oogvertier voor elke
blik een nieuwe zin en elk begin bedenktijd geven in leegte tussendoor de bomen
in mijn tuin zouden hun kruingeworden takken ook niet vacuum verpakken tot een
saamgeperste staak het zonlicht zou verbaasd om zo een dwaasheid wolken
schuilen het huilen van de wind geen spel voor vrolijk tierend blad ze noemen
mij gedicht daar waar geen kier meer open de speelse vorm een breiwerk verlopen
tot een lap
© JELOU